Weg met schoolbelstress
24 maart 2010
Begin deze week maakte Vlaams welzijnsminister Jo Vandeurzen bekend dat hij 1500 extra plaatsen voorziet in de buitenschoolse opvang voor heel Vlaanderen. Een druppel op een hete plaat lijkt mij. Bovendien is de oplossing complexer dan dat. Welke schooldirecteur wil er zich wagen aan het inrichten van gesubsidieerde buitenschoolse opvang binnen de huidige wetgeving? We moeten streven naar een totaaloplossing, een van zowel middelen als soepelere regelgeving.
De vraag van tweeverdieners en alleenstaande ouders naar degelijke opvang voor en na de schooluren wordt steeds luider. En terecht. Niet alle ouders kunnen aan de schoolpoort staan wanneer de schoolbel luidt. Dit is een verzuchting die ik regelmatig hoor waaien in mijn stad. Een centrumstad waar één op twee kinderen nood heeft aan een kwalitatieve buitenschoolse opvang (voor en na de schooluren). De behoefte is dus groot. Maar wat blijkt nu? Leuven telt te weinig erkende Initiatieven voor Buitenschoolse Opvang (IBO). Een IBO wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en kan zowel binnen als buiten de schoolmuren georganiseerd worden, door de schooldirectie of door derden. Voor hun erkenning zijn ze aan zeer strenge criteria onderworpen. De lijst met regeltjes waaraan ze moeten voldoen is absurd lang. In Leuven is er maar voor 2% van de kinderen plaats in een IBO. Bovendien blijkt uit een analyse van de Leuvense onderwijsdienst dat slechts 20% van de nodige middelen wordt ingezet voor de buitenschoolse opvang in de ganse stad. Een frappante vaststelling. Scholen staan vaak voor een onmogelijke taak. Ze beschikken niet over de nodige middelen en roeien dan maar met de riemen die ze hebben. Het resultaat is navenant: werken met ongeschoold personeel , een te groot aantal kinderen per begeleider, geen aangepaste ruimte of materiaal en naast de occasionele huiswerkbegeleiding moeten de kinderen zichzelf weten bezig te houden. De opvang heeft veel weg van een transitzone, waar ouders hun kinderen met een klein hartje achterlaten. Ik vind het hoog tijd geworden om aan deze situatie paal en perk te stellen.
Professionaliseren
Om het tij te keren moet de buitenschoolse opvang eerst en vooral geprofessionaliseerd worden. Voor de steden en gemeenten zie ik hierin een hoofdrol weggelegd. Met hun kennis en expertise kunnen ze de opvang op grote schaal en over de netten heen centraliseren met een pool van gekwalificeerde kinderbegeleiders. Daarnaast kunnen ze de administratieve opvolging hiervan op touw zetten en beheren. Dit ontlast de scholen want voor hen is de buitenschoolse opvang een noodzakelijk kwaad. Het komt de kinderen ten goede dat er professionele begeleiders zijn, die hen de aandacht geven die ze verdienen. En tenslotte verdienen de ouders een garantie op een kwalitatieve opvang voor hun oogappels, aan een betaalbare prijs. Een win-winsituatie voor alle partijen.He
Brede School
Als kers op de taart kan je met dit project de ‘Brede School’ in Vlaanderen echt op de kaart te zetten. Waarom bieden we de kinderen in de naschoolse opvang geen waaier van activiteiten aan? Zodat ze zich ook na de schooluren verder kunnen ontplooien. Onder regie van de stad vullen verenigingen uit de schoolomgeving het programma in en de kinderen krijgen de kans om te kiezen uit dans, sport, toneel, muziek, ontspanning, studie enzovoort. Als we het in Vlaanderen écht menen met het concept ‘Brede School’ dan moeten we het durven verankeren. Dit is een uitgelezen kans om van onze scholen het middelpunt te maken van de wijk, in plaats van een randfenomeen.
Einde aan regelneverij
Plannen voor de stad Utopia, hoor ik u denken? Niet als de steden en gemeenten een regierol opnemen en de bevoegdheden en middelen krijgen om die te vervullen. Samen met Kind & Gezin vormen zij de ideale tandem om een verrijkende opvang te organiseren. Ze zijn het best geplaatst om de lokale nood aan opvang te detecteren en met samenhangende oplossingen op de proppen te komen. Maar die moeten ook realiseerbaar zijn. De huidige stringente wetgeving op IBO’s (die overigens veel strenger is voor Vlaamse dan voor Brusselse IBO’s!) maken nieuwe initiatieven schier onmogelijk. We moeten ze daarom onder de loep nemen en durven versoepelen om op korte termijn een antwoord te bieden aan de stijgende vraag naar opvang. De lange termijnoplossing vraagt een grotere investering. Daarom gaan we binnenkort in Leuven van start met de eerste stap: het volledig centraliseren van de buitenschoolse opvang en de professionalisering van het aanbod. Daarna volgt er snel een tweede stap als de kers op de taart: het aanbieden van een waaier aan naschoolse activiteiten.
Zo kunnen we de druk op de ketel voor de tweeverdieners en eenoudergezinnen verlichten en blijven ze ook in de stad wonen. Mama’s en papa’s kunnen met een gerust hart hun kroost oppikken in de naschoolse opvang. Hopelijk zijn er dan enkel nog zuchten van opluchting te horen.


