- Alle secties.
- Mohamed (1)
- Opinie (3)
- Pers (1)
|
Leuven Anderstaligen konden gisteren aan de hand van verschillende workshops verspreid in de stad schaven aan hun Nederlands - Het Nieuwsblad (ddl) Anderstaligen die hun Nederlands willen verbeteren, konden gisteren in Leuven terecht voor de editie van Bijt in je vrije tijd. Dat is een initiatief van het Huis van het Nederlands Vlaams-Brabant en de integratiedienst van de stad Leuven. Bijt in je vrije tijd wenst twee doelstellingen te realiseren. Enerzijds kunnen anderstaligen kennismaken met het uitgebreid en gevarieerd aanbod aan vrijetijdsactiviteiten in Leuven. Anderzijds krijgen de workshopbegeleiders een vorming over toegankelijk Nederlands taalgebruik en interculturele communicatie om de toegankelijkheid van het vrijetijdsaanbod te verhogen. 'Taalverwerving en de basisregels van onze samenleving leren kennen is de eerste essentiële stap van integratie' , zegt schepen van Integratie Mohamed Ridouani (SP.A). 'Dit leren nieuwkomers al tijdens het inburgeringstraject. Maar in een tweede stap is het ook belangrijk om iedereen volwaardig te laten deelnemen aan het cultureel, sportief en vrijetijdsleven. Op dat vlak heeft onze stad veel te bieden en de enorme opkomst bewijst dat het aanbod aantrekkelijk is en de wil om te participeren groot is. Een nieuw schooljaar, nieuwe regels. In Antwerpen moet 10% van de kinderen die de nieuwe taalproef hebben afgelegd, de 3de kleuterklas overdoen omdat ze niet geslaagd zijn. Sinds dit schooljaar is een nieuwe regel in voege waarbij kinderen pas naar het 1ste leerjaar mogen als ze voldoende aanwezig waren in de 3de kleuterklas (minstens 220 halve dagen) of als ze slagen voor een taalproef die moet aantonen dat ze het Nederlands voldoende machtig zijn. Dat wil zeggen dat 90% van de Antwerpse kleuters die niet voldoende aanwezig waren in de kleuterklas toch slaagt voor de taalproef. Goede resultaten dus. Maar hoe komt het dan dat vandaag 1 op 2 van de anderstalige jongeren of jongeren met een vreemde nationaliteit geen getuigschrift haalt in het middelbaar onderwijs? Gek toch?
Kinderen krijgen spelenderwijs een Nederlands taalbad In augustus 2008 werd de Leuvense zomerschool voor het eerst georganiseerd. Het is een gezamelijk initiatief van de stad Leuven en RISO. Mohamed Ridouani, Schepen van Onderwijs en Integratie, vindt het een heel belangrijk project: 'Er is nog veel werk aan de winkel. Taalachterstand begint heel vroeg en de kinderen dragen dat hun hele leven mee. In een studentenstad als Leuven zien we dat nog geen één procent van de studenten allochtoon is. Die zijn ergens afgehaakt. Taalachterstand leidt ongetwijfeld tot onderwijsachterstand. Daarom vind ik dat we van jongs af moeten inzetten op taal. De idee achter de zomerschool is deze kinderen, die tijdens de zomervakantie nauwelijks Nederlands horen of spreken, een extra duwtje in de rug te geven.' De kinderen hebben de meest uiteenlopende nationaliteiten: Chinees, Fins, Arabisch, Koerdisch, Iraans, Ghanees, enz. Het merendeel van de kinderen is ongeveer een jaar in België. Anderen zijn nieuwkomers. De selectie van de kinderen gebeurt door de zorgcoördinatoren van de scholen. Zij selecteren de kinderen die het taalbad het meest kunnen gebruiken. De zomerschool is echter geen verplichting, maar een extra kans die de kinderen krijgen. Het taalbad gebeurt dan ook spelenderwijs. Naast Leuven, organiseren ook andere Vlaamse steden een zomerschool, zoals Antwerpen, Gent, Aalst, Maasmechelen, Ronse, enz.
Verwondering slaat toe wanneer ik lees over het Gentse initiatief om in twee basisscholen les te geven in het Turks. Onderwijs in de moedertaal van minderheden is om verschillende redenen een slecht idee. In het beste geval kan je spreken van een creatieve oprisping, ongetwijfeld aangestuurd door een overijverig sociaal middenveld. Het ziet er somber uit voor de nieuwe generatie allochtonen in Gent want met dit doekje voor het bloeden zal men de onderwijsachterstand allerminst kunnen aanpakken.
Taalachterstand leidt tot onderwijsachterstand. Zoveel is zeker, en dat wordt nogmaals herhaald door Gents onderzoeker Jan Peeters (DS,16/3). Er bestaat bovendien een duidelijk verband met kansarmoede. Kinderen uit armere gezinnen, ongeacht hun culturele achtergrond, kennen tweemaal minder woorden dan kinderen uit gegoede gezinnen. De focus wordt gelegd op het belang van voldoende en degelijke kinderopvang. Dit is een juiste analyse. Echter, de beleidsvoorstellen die daarop volgen raken volgens mij de kern van het probleem niet. Zo wordt er gepleit voor meer aanbod aan kinderopvang tout court. Dit lijkt me een eenzijdige benadering. Er is zeker een grotere vraag naar kinderopvang maar die vraag komt vooralsnog niet van kansarme ouders. Wel van middenklasse tweeverdieners die tijdens de werkuren degelijke opvang wensen voor hun oogappel. Dat is zowel economisch als sociaal een terechte zorg. Maar wat met de vraag naar meer kinderopvang bij kansarme ouders? Die is volgens mij ondermaats. Het zijn niet de armere ouders die staan te roepen voor meer opvang, en bij uitbreiding meer kleuteronderwijs. Nochtans wringt net daar het schoentje. De aanwezigheid van kansarme peuters in kindertuinen mag problematisch genoemd worden. De situatie wordt nog prangender in de kleuterklasjes. |


