Gelijke onderwijskansen: theorie of praktijk?

Gelijke onderwijskansen.  Een term die de laatste jaren als een passe-partout gebruikt wordt voor zowat alles wat met het schoolleven te maken heeft. Kansen creëren in het onderwijs betekent meer dan het voorzien van een technisch-juridisch en financieel raamwerk. Er is ook nood aan een vertaling van de visie naar de troepen op het onderwijsveld. Zonder de wil van het onderwijsveld ontbreekt elk initiatief een doorgedreven en bezielde toepassing. Dit is een buitengewone uitdaging voor het zeer ambitieuze maatschappelijk project van oud-minister Frank Vandenbroucke.

 

Los van de zin of onzin van het gelijke kansenbeleid (ikzelf ben een believer) stellen zich de komende jaren heel wat administratieve en organisatorische problemen bij de invoering van de tornado aan nieuwe regelgeving. Een nieuw financieringsmodel, de maximumfactuur, het kosteloos onderwijs, de verhoging van kleuterparticipatie,  het hervormen van de lerarenopleiding, de investering in leerlingenzorg, het centraliseren van taken via scholengemeenschappen,… deze mozaïek aan initiatieven dreigt te verzanden door afwezigheid van een elementair draagvlak bij de belangrijkste onderwijsactoren. Soms te wijten aan opportunistische trekjes van scholen, maar vaak ook aan een tekort aan adem om alle hervormingen bij te blijven. Bovendien zijn te weinig partners mee met het grote onderwijsverhaal en al haar voetnoten, en dat is een hoofdreden van het gebrek aan een draagvlak.

 

  

Waarom beschouw ik nu de besognes van scholen als belangrijke rem op de invoering van de nieuwe wetgeving?  Hoewel scholen van alle netten een aanzienlijke verhoging kennen (historisch zelfs) van hun werkingsmiddelen, trekken velen hard van leer tegen oa de maximumfactuur. Omwille van een aantal voor de hand liggende redenen. Naast politieke zijn hier ook meer menselijke verklaringen voor te noemen.

Angst voor imagoschade is een eerste drijfveer die leidt tot cynische overwegingen. De kansarme leerling, de golden client zeg maar, brengt vanaf nu geld op dankzij de nieuwe financiering die gestoeld is op leerlingkenmerken. Maar anderzijds zorgt hij in de ogen van sommige scholen voor nestbevuiling. Vooral in de steden vrezen sommige ‘witte’, kwaliteitsgerichte scholen te evolueren naar zwarte scholen met een oververtegenwoordiging aan kansarme (vaak allochtone) leerlingen met grote leerachterstand. Extra middelen voor deze leerlingen wordt ervaren als een vergiftigd geschenk dat terugbetaald wordt met beschadiging van de naam en faam.

In dat verband kan ook de reactie gezien worden op de invoering van de maximumfactuur (alle ouders betalen hetzelfde maximumbedrag voor buitenschoolse activiteiten in het basisonderwijs).  De gepeperde schoolfactuur is een selectiemechanisme om enkel de meest gegoede leerling, die garant staat voor een kwalitatieve uitstraling van de school, binnen te halen en wordt nu grotendeels uitgeschakeld. De controle over het type leerling dat instroomt vermindert hierdoor aanzienlijk.

Deze financiële versus prestigegerichte afweging, plaatst scholen voor keuzestress en zorgt voor een weigerachtige houding tegenover het gelijke kansenbeleid.  De combinatie van aandacht voor socio-economisch zwakke leerlingen en het streven naar kwaliteit lijkt een moeilijke denkoefening. Uitleggen en overtuigen dat die twee wel kunnen samengaan is aan de orde, en dat blijkt geen gemakkelijke klus.

Anderzijds is er de vermeende sterk verhoogde organisatielast voor de directie.  Daar valt wat voor te zeggen. Aankoop en beheer van kosteloos lesmateriaal voor de leerlingen bezorgt menig schoolhoofd kopzorgen. Logistiek management is binnenkort het nieuwe buzzwoord in onderwijs. Bovendien hebben ouders geen flauw benul van wat kosteloos onderwijs nu juist voor hen betekent. Verhalen over ouders die als gevolg hun kinderen met een lege of zelfs zonder boekentas naar school sturen zijn helaas geen geruchten. En het zijn net de maatschappelijk kwetsbaren, dé doelgroep van deze maatregel, die zo moeilijk te bereiken zijn door zowel school als overheid. Extra inspanning rond communicatie is nodig, dat begrijpen scholen ook wel.

Het is hoog tijd voor het CLB (Centrum LeerlingenBegeleiding) om hier een leidende rol in te nemen. Ook voor dit orgaan zijn hervormingen op til. De aandacht voor doelgroepcommunicatie, het overbruggen van de kloof tussen ouders en school, mag niet ontbreken als belangrijke doelstelling van het CLB. En ziedaar hoe ook het sociaal middenveld haar nut kan aantonen. Vandaag bewijzen buurtwerkingen met visie welke essentiële rol ze kunnen spelen in het bereik van ouders die anders voor scholen nobele onbekenden blijven.

Na de indrukwekkende sprong vooruit op het gebied van wetgeving, financiering en pedagogische omkadering is het tijd voor een eerste consolidatie. Een samenvatting zeg maar, want het zal jaren vergen vooraleer deze beleidsmaatregelen echt doorwerken en het resultaat meetbaar wordt. 

De leerkracht, bij uitstek een sociaal beroep, moet ondersteund en bijgestaan worden in zijn of haar taak om het gelijke kansenbeleid in praktijk te brengen. Door hen te laten delen in de achterliggende visie vermijden we dat scholen zich terugplooien op pure kennisoverdracht zonder verder engagement. Al snel dreigt dan het argument achter het adagium education cannot compensate for society.

 

 

 

Plaats reactie

joomla template