Ontsluier het integratiedebat
28 oktober 2009
Het was de laatste tijd weer druk mening ventileren over de manke integratie van allochtonen in ons land. Hoofddoekenverbod op school, rellen veroorzaakt door vuilgebekte en agressieve jongeren, importhuwelijken uit Marokko of Turkije. En nu blijkt weeral hoe dramatisch groot de onderwijsachterstand van allochtone jongeren wel is. Zeven op tien allochtone jongeren heeft een schoolse achterstand. Na decennia van ploeteren teneinde de vreemde man in te passen in onze samenleving lijkt het probleem alleen maar erger te worden. Is het tijd om bij de rokende puinhoop te gaan zitten of bestaat er alsnog zoiets als een mirakeloplossing? Ik ben van mening dat we eerst orde moeten scheppen in de puinhoop zelf door de problemen duidelijker en eerlijker te benoemen. Alleen zo kunnen we de gepaste aanpak uitwerken.Want er zit nogal wat ruis op het integratiedebat. Er is de immer aanwezige neiging om socio-economische problemen (slechte positie op vlak van onderwijs en werk) te verklaren doorheen een culturele bril (‘het is eigen aan Marokkanen dat ze niet willen werken’). Of erger nog, wanneer ook criminaliteit gelinkt wordt aan cultuur van mensen. Zo pleitte Mark Elchardus, nochtans een gerenommeerd onderzoeker, in De Standaard (26/10) voor een gedeeltelijke assimilatie van allochtonen, want de multicultuur is een illusie. In één adem vertelt hij er bij welk deel van hun cultuur de allochtonen best laten vallen: de criminaliteit. Beste Mark, is criminaliteit dan etnisch bepaald?
Dit soort beweringen zorgen voor verhitte discussies omdat mensen op hun identiteit worden aangevallen, maar dit zorgt ook voor een verkeerde cocktail van oplossingen.
Vlaanderen heeft dringend nood aan een echt integratiebeleid dat steunt op 2 peilers: pak vooreerst de enorme kansarmoede onder allochtonen aan en zorg anderzijds voor een inpassing van de cultuur van minderheden in een breder geheel dat steek houdt en inspireert. Beide aandachtsgebieden moeten aangepakt worden met een radicaal rechten- én plichtenverhaal. Vandaag voeren we uiteraard reeds een beetje beleid op beide gebieden, maar de weinige speren worden helaas in het wilde weg uitgegooid en missen hun doel.
Het fundament: aanpakken van de kansarmoede
Sociale promotie en emancipatie lopen van oudsher via onderwijs, werk en een goede huisvesting. De jongeren die amok maken in de verkrotte achterbuurten van Brussel zijn allen kansarm: schrijnende schoolse achterstand, laag opgeleide (vaak zelfs analfabete) ouders, hoge werkloosheid en concentratie in trieste gettobuurten zijn typerend. Dit is geen vergoelijking van hun gedrag, maar een eenvoudige vaststelling van een situatie die als fertiele grond voor groeiende sociale onrust werkt. Een zwart gat dat alle goedbedoelde diversiteitsinitiatieven opslorpt en belachelijk naïef doet klinken. Helaas wordt deze kansarmoede vaak over het hoofd gezien, en wordt, kort door de bocht, verwezen naar een falende cultuur van allochtonen die dergelijk onverantwoord gedrag toelaat en zelfs aanmoedigt. Mijn stelling is dat we uiteraard niet mogen tolereren dat allochtone jongeren de straat vandaliseren, maar dat we anderzijds moeten begrijpen dat je er niet komt met slechts een discours van waarden en normen. Ervoor zorgen dat allochtone jongeren de wet naleven is legitiem en wenselijk, maar hun situatie op school zal daardoor niet verbeteren. Investeren in onderwijs moet daarom de topprioriteit blijven. Het belang van de Nederlandse taal vanaf peuterleeftijd, een schoolsysteem dat mikt op excellentie (óok voor de zwaksten) en de actieve rol van ouders.
Grootschalig onderzoek van onderwijsspecialist Eric Hanushek (Stanford University) toont aan dat boven alles, meer dan de geïnjecteerde middelen in bijvoorbeeld betere schoolinfrastructuur, de kwaliteit van onze leerkrachten van doorslaggevend belang is om jongeren te doen slagen. Ziedaar de uitdaging om te zorgen voor competente en gemotiveerde leerkrachten. Investeren in onderwijs dat gericht is op de social uplift van kansarme jongeren is eigenlijk zelfs geen kwestie van naastenliefde, maar pure economische noodzaak. Beter opgeleide burgers betekent minder werkloosheid, meer economische productiviteit en ook minder criminaliteit en betere integratie.
Het cement: samenhang tussen culturen
De tweede pijler bestaat erin mensen dichter bij mekaar te brengen. Dialoog, erkenning en het allochtone antwoord op een uitgestoken hand zijn essentieel. We slagen hier niet in. Erger, we verglijden alsmaar meer naar een verdeelde samenleving.
Dit is te wijten aan twee grote tekorten. Ten eerste voelen (vooral) de moslims zich onvoldoende burger in België, ook al zijn ze hier geboren. De aanvaarding en verankering van de islam in de samenleving als geloofsovertuiging is hierbij de uitdaging die we moeten aangaan. Ten tweede ontbreekt het ons aan een overkoepelend en inspirerend staatsproject. Een sterke gemeenschappelijke identiteit als cement tussen verschillende culturen en volkeren. Ik stel een ware verloedering vast van onze identiteit als Vlaming, Belg, Europeaan. Er is geen sterke kader aanwezig die de mozaïek aan subculturen inlijst en begrenst. M.a.w. hoe zorgen we voor een beetje gedeelde burgerfierheid?
Laatst maakte ik mee dat de Leuvense moslims duidelijk aanwezig waren bij de viering voor de heilige Pater Damiaan. Respect voor andermans waarden en erkenning voor diepmenselijke offers, wie ze ook brengt, gaan niet onopgemerkt voorbij en scheppen een band. Aan die gezamenlijke band en inzet moeten we dringend bouwen.


