Allochtone studenten rekruteren: als de vijver leeg is, kan je er geen vissen uithalen!
20 februari 2008
Met enige verwondering lees ik de verschillende reacties op het (niet geslaagde) initiatief ‘infodag voor allochtonen’ van de KULeuven. Zelfverklaarde marketeers hameren op het feit dat er dringend werk moet gemaakt worden van een beter uitgekiende communicatie om leerlingen in het hoger onderwijs in te schrijven. En dat we geen kanon hoeven in te zetten om dat doel te bereiken. Ik stel vast dat men in dit debat met het kanon in het luchtledige schiet. Men moet maar eens beseffen dat je first things first moet aanpakken.
Deze etno-marketeers zouden moeten weten dat de communicatiedoelgroep zich niet enkel beperkt tot de verbruiker van het product zelf, in casu de leerling, maar dat je als goede verkoper ook de beïnvloeders van de leerling moet benaderen. Ik heb het hier in de eerste plaats over de allochtone ouders. Tot mijn ontsteltenis lees ik de meest belezen reacties op het initiatief van de KULeuven om infobrochures in het Arabisch en Turks te vertalen. ‘Belachelijk’, ‘nutteloos want de allochtone jongeren kunnen geen Arabisch
lezen’,… Deze reacties getuigen van een enge visie. De Leuvense universiteit richt zich natuurlijk helemaal niet tot de leerling met deze brochures, maar tot de ouders. Ze zijn het Nederlands vaak niet voldoende machtig (typerend voor 1e generatie arbeidsmigranten) maar ze kunnen wel hun moedertaal lezen, inderdaad vaak het Arabisch of Turks. Daarnaast speelt hier ook de perceptie van het gegeven ‘universiteit’. Een prestigieuze instelling (alvast uit oogpunt van deze gemeenschap) die zo ver gaat om de ouders in hun eigen taal te benaderen geeft blijk van openheid, respect en empathie naar deze doelgroep toe. Het sensibiliserende effect naar ouders toe valt in deze dus niet te onderschatten. En misschien is dat wel eens de maximale output die we op dit ogenblik kunnen verwachten.
Daarmee wil ik tot de echte kern van het probleem komen. De universiteiten en hogescholen mogen dan wel de meest uitgekiende communicatie- en rekruteringsacties opzetten, als de vijver leeg is kan je er ook geen vissen uithalen. De doelgroep is eenvoudigweg te dun, zeker in Vlaams-Brabant! Te weinig allochtone jongeren halen een diploma secundair onderwijs en voldoen dus niet aan de basisvoorwaarde om door te stromen. Niet eens de helft van hen haalt het diploma secundair onderwijs. De meeste struikelen onderweg en worden afgeschreven via het beruchte watervalsysteem (heroriëntatie van ASO naar BSO om dan uiteindelijk af te haken zonder diploma). Daarnaast blijkt uit een studie van UA in 2006 dat 55% van de Marokkaanse en Turkse allochtonen onder de armoedegrens leeft. Ziedaar twee feiten die de contouren schetsen van een situatie die je niet met een paar doelgerichte acties kan ombuigen. Het gaat om een socio-economisch drama waarvan we binnen afzienbare tijd de effecten zullen ervaren in de vorm van sociale onrust en de creatie van een nieuwe sociale subklasse.
Het is dan ook alle hens aan dek om basiswerk te leveren: het wegwerken van kansarmoede in de eerste plaats. Op vlak van onderwijs betekent dit o.a. het wapenen van jongeren zeer vroeg in hun onderwijstraject. In Leuven voeren we vanuit de stad momenteel 2 projecten op grote schaal uit. Enderzijds willen we kleuters zo snel mogelijk in de klasjes krijgen. We zullen allochtone (en andere) ouders individueel benaderen (direct marketing) om hen te overtuigen hun niet-schoolgaande kleuters in te schrijven. Taalachterstand wordt op die manier uitgesloten. Anderzijds is ons Buddy-project ondertussen alom bekend. Studenten uit de lerarenopleiding van de universiteit en hogescholen worden onder coördinatie van de stad Leuven in alle secundaire scholen ingezet om maatschappelijk kwetsbare jongeren (vaak allochtonen) te helpen op vlak van studiemethodiek. Ondertussen worden op die manier meer dan 300 leerlingen geholpen en is het bewijs ook al geleverd dat de meeste onder hen betere punten behalen.
Daarnaast wordt aan een stadsbreed netwerk getimmerd samen met de integratiedienst, het middenveld, kennisinstellingen, moskeeën, … om (inderdaad) de doelgroep te betrekken. Maar niet enkel met de bedoeling om jongeren zo snel mogelijk in te schrijven. We werken aan een opdracht van lange adem, nl. het verwijderen van verschillende belemmerende factoren (van vooral socio-economische aard) zodat de huidige generatie jongeren betere perspectieven geboden kan worden en de toekomstige generaties nu al onderschept worden in een stevig begeleidend netwerk.
Vanuit mijn functie als schepen ben ik dan ook uiterst tevreden met een (alomtegenwoordige) Leuvense universiteit die bereid is deze complexe uitdaging samen met mij aan te gaan.



Reacties